|
Vetten, deel 1
Door verandering van onze voeding sinds het
midden van de 19e eeuw is de inname van vet op een aantal punten
gewijzigd:
1. de westerse mens is meer vet gaan eten; van ruim 20 % energie
aandeel naar 40 % energie aandeel
2. het percentage verzadigd vet in de voeding is toegenomen
3. de verhouding van omega 6 vetzuren t.o.v. omega 3 vetzuren is
sindsdien toegenomen. ( de omega vetzuren zijn onverzadigde vetzuren )
4. het gebruik van transvetzuren is de afgelopen eeuw ernstig
toegenomen
( ref. 1 )
Vanuit de huidige inzichten zijn deze veranderingen niet gunstig. Deze
ontwikkeling kan deels verklaren dat de gezondheid van velen ondanks
de welvaart nogal te wensen over laat.
Momenteel vormt voor de gemiddelde westerling het verzadigd vet samen
met met de transvetzuren wel 35 % van zijn energie-inname. Een klein
deel komt op rekening van onverzadigde vetten.
Van belang is in eerste instantie het volgende:
--- Het energieaandeel van vet in de voeding dient ongeveer op 25 % te
zitten. Vet is evenals koolhydraat een brandstof. Als je hiervan
teveel eet slaat je lichaam dit onmiddellijk op in de vorm van vet.
Een gram vet bevat meer calorieën dan een gram koolhydraat dus vet
eten kan leiden tot vetzucht. Voor sommigen ( maar lang niet
voor iedereen ) kan echter een vetrijk, koolhydraatarm dieet gunstig
zijn, maar dan niet zoals Atkins adviseerde een dieet met veel
dierlijke eiwitten en vetten, maar een dieet met met name plantaardige
eiwitten en vetten. Daarover in een vervolg meer.
--- Transvetzuren moet je helemaal vermijden. In de natuur komen
transvetzuren niet voor.
Transvetzuren ontstaan na bewerking van onverzadigde vetzuren. Dit
gebeurt in de fabriek waar bv. margarine, koekjes, chips etc.
gemaakt wordt maar ook bij u thuis als u een onverzadigde olie verhit.
Transvetzuren komen dus voor in: een aantal margarines ( maken de
margarine lekker smeerbaar ), in koekjes, snacks etc. Je herkent
transvetzuren op de verpakking door het opschrift, nl.
geharde plantaardige olie, geharde plantaardige
vetten, gehyrogeneerde plantaardige vetten, transvetzuren,
transvetten. Als u dit opschrift leest, eet het dan niet ! Maar zoals
gezegd; ook in uw keuken maakt u transvetzuren. Dit gebeurt als u bakt
of braadt in onverzadigde vetten, oliën. Onverzadigde vetten
herkent u doordat ze vloeibaar zijn. Verzadigde vetten zijn vast.
Bakken doe je daarom bij voorkeur in een boter, kokosvet, of in een
klein beetje olijfolie, dat relatief stabiel is. Alles wat
gebakken, gefrituurd is in olie zoals patat bevat dus transvetzuren.
Zijn deze transvetzuren nou echt zo slecht ?
Ja, dit blijkt bv uit het feit dat de Amerikaanse Food and Drug
Administration (FDA) zegt "intake of trans fats should be as low as
possible."
Er zijn enkele onderzoeken bekend waarin de effecten van transvetzuren
onderzocht zijn:
1. In de Nurses'Health Study waarbij verpleegsters werden onderzocht,
werd een verband gevonden tussen margarineconsumptie en risico op een
hartinfarct. In een andere studie werd de margarineconsumptie van 239
mannen en vrouwen die voor de eerste keer opgenomen waren met een
hartinfarct vergeleken met die van 282 controle personen. Vrouwen
die meer dan 2,5 klompjes margarine per dag aten liepen een 3,22
maal groter risico op het krijgen van een hartinfarct dan vrouwen
die minder dan 1 klompje per dag consumeerden. Boter, dat geen
transvetzuren bevat, gaf in deze studie geen significante stijging
in het risico. Personen die de hoogste hoeveelheid transvetzuren
consumeerden vertoonden een 2,44 maal groter risico op het krijgen
van een hartaanval dan degenen die de laagste hoeveelheden
consumeerden. De onderzoekers bevelen aan de hoeveelheid margarine en
transvetzuren in de voeding te verlagen. ( Ref.2)
2. Transvetzuren blijken het slechte LDL cholesterol te verhogen en
het goede HDL cholesterol te verlagen ( Ref. 3 )
3. Het effect van een vetverlagend dieet,werd onderzocht bij 50 mannen
met symptomatische ischaemische hartziekte en een cholesterolniveau
boven 232 mg/dl, en vergeleken met een groep die een
standaardbehandeling kreeg. Voor aanvang van het dieet en na 39
maanden werd middels coronaire angiografie geconstateerd, dat de
progressie van de ziekte zeer overtuigend geassocieerd was met de
inname van verzadigd vet met ketenlengte 14-18, en tevens met de
inname van transvetzuren.
4. Met behulp van gegevens van 55 centra uit 10 Europese landen werd
gezocht naar mogelijke verbanden tussen astmasymptomen en de inname
van vetzuren. Het bleek dat de inname van transvetzuren, bijvoorbeeld
uit zuivelproducten en margarine, duidelijk verbonden was met het
voorkomen van astma, eczeem en hooikoortsachtige symptomen ( Ref. 5)
Dus: ja transvetzuren zijn slecht voor uw gezondheid.
Conclusie:
1. Stap één: vermijd zoveel mogelijk de
transvetzuren.
2. Stap twee: breng het energieaandeel
van vet in uw voeding op 25 %.
Volgende nieuwsbrief: wat zijn de goede vetten en
wat zijn stap 3 en 4.
Ref. 1: Am. J. Clin Nutr. ( 1999;70(3)
Ref. 2 Laino Ch., Medical Tribune febr. 24:4, 1994/ Circulation
89:94-101, 1994
Ref. 3 Arterioscl. Tromb Vasc Biol 2001, 21 (7), 1233-1237
Ref. 4 Canadian Journal of Cardiology 1995;11:110G-114G.
Ref. 5 Lancet 1999; 353:2040-2041
(Terug) naar
overzicht |